Reason tutorial .be

Wauter's Reason tutorial voor de absolute beginner
Voor Propellerhead Reason 2.x en hoger
In English | Nederlands

Intro/voorbereiding
1. Fun met drumbeats
2. Baslijn/melodie
3. Automatisering
4. Synths en filters
5. Effecten
6. Eigen samples
7. Kabels/vocoder
8. Afwerking
9. Exporteren
10. MIDI
En verder...

Noten & Akkoorden
Tips & Tricks
Over Wauter
Gastenboek
Het Liam Howlett Reason interview




4. Subtractor: synths en filters

Eerst even vooraf: dit is een onderwerp waarvoor de meegeleverde pdf handleiding erg nuttig is, dus het loont zeker de moeite deze (ooit) eens te lezen als het om synths en filters gaat. Ik ga het hier dus beperken tot de basics. Echter, veel van de besproken functies hier vind je identiek terug op alle samplers en synths in Reason. Dus, deze basics zullen je mogelijkheden (én algemene kennis) weer gevoelig uitbreiden!

de Subtractor synth Plaats een nieuwe Subtractor synth op je rack, met een Matrix erbij die een melodie afspeelt met vrij veel lange noten erin (dan hoor je het best hoe de klanken veranderen als je er aan prutst). Laad géén patch in, we zullen namelijk nu nagaan hoe je zélf met de knoppen op Subtractor, beïnvloedt hoe deze melodie klinkt.

De subtractor heeft 2 oscillators (1), waarmee alles begint: zoals je vast wel weet is geluid een golf, en een oscillator produceert een golf, waarvan jij zelf de vorm van het golfprofiel kan instellen. Standaard is er een zaaggolf of saw geselecteerd, maar je kan verschillende golfprofielen selecteren, elk met hun eigen typische klankkleur. Saw geeft bijvoorbeeld een vrij scherp geluid, en wordt zowat het meest gebruikt in elektronische muziek. Het volgende profiel, square geeft een meer "hol" geluid, etc... Verder kan je van de oscillator ook nog de toonhoogte controleren van het geproduceerde geluid, respectievelijk per octaaf (oct), halve noot (semi) of honderdste van een noot (cent). 2 oscillators op de Subtractor, dus tot 2 verschillende klanken tegelijk. Druk op het rode lampje naast "Osc 2" om de tweede oscillator aan/uit te schakelen.

Elke klank die je je maar kan inbeelden is eigenlijk opgebouwd als een samenstelling van een heleboel golven met allerlei frequenties. Dat wil zeggen, een klank "bevat" zowel hoge als lage frequenties, en het is deze samenstelling die elke klank uniek maakt. Speel je bijvoorbeeld een DO noot op een basgitaar, dan krijg je een dof, diep geluid, terwijl je bij een viool een eerder schel geluid krijgt, ook al speel je diezelfde noot DO. Tot zover de theorie :-)

Wat een filter (2) nu doet, is sommige van die frequenties waaruit een klank is samengesteld dempen, en andere versterken. De lowpass-filter LP 12 die standaard is aangeduid, dempt alle frequenties hoger dan een zekere "cut-off" waarde, die je met de linkse freq slider aanduidt. Hoe lager je deze cut-off waarde instelt, hoe meer hoge frequenties er ahw worden "weggeknipt" dus. Of anders gezegd, hoe lager de cutoff, hoe lager/doffer en dus minder scherp de toon zal klinken.

De Res (voor Resonance) slider bepaalt dan weer hoe nadrukkelijk dit verschil is tussen versterken en dempen van bepaalde frequenties. Als je deze heel hoog zet, in combinatie met bepaalde cut-off waarden (probeer maar), worden bepaalde frequenties zo erg versterkt dat het bijna pijn doet aan je oren! Nog een tip: Een iets hogere resonantie in combinatie met een lage cut-off frequentie geeft een typische "thumb bass" klank.

Over naar de LFO (3), voluit Low Frequency Oscillator. Waar de daarnet behandelde oscillator dient om - plastisch uitgedrukt - de lucht "regelmatig heen en weer te doen trillen" en aldus een klank te produceren, dient de LFO om de waarde van allerlei parameters van je klank "heen en weer te doen schommelen", te oscilleren dus. (En "Low Frequency" omdat, in tegenstelling tot de typische frequenties die voor geluiden zorgen, de schommelingen hier zo traag zijn dat je ze werkelijk afzonderlijk kan horen.) Die schommelende parameters, dat kan van alles zijn, van toonhoogte (voor muziekkenners: tremolo!)tot filter cut-off frequentie tot... In de linker kolom kan je de vorm van het golfprofiel bepalen: zowel een eerder vloeiende als een sterk afgekapte vorm levert interessante resultaten! In de rechterkolom bepaal je wélke parameter precies heen en weer geschommeld dient te worden. Voorlopig weet je nog maar van 2 hiervan wat ze precies doen:Osc 1,2 voor de pitch (toonhoogte) van je klank, en F. Freq voor de cut-off waarde van de hierboven besproken filter. Met rate bepaal je hoe snel er precies heen en weer geschommeld moet worden. Zeer interessant: zet sync aan om "in de maat" te oscilleren! De amount knop tenslotte, duidt aan hoe sterk er precies heen en weer geschommeld moet worden. Draai volledig toe voor geen oscillatie, en volledig open om als een gek heen en weer te slingeren :-)

ADSR (4) staat voor Attack, Decay, Sustain en Release. Deze waarden bepalen de vorm van het "volumeverloop" (of de envelope) van een klank. Dus hoe het volume evolueert in de tijd, van het indrukken van een pianotoets tot het weer loslaten én daarna, zeg maar. Niet alleen van het volume kan je dit controleren. Je kan ook de filter een envelope meegeven, door de amount-knop ernaast open te draaien. Het volgende tekeningetje maakt verder de betekenis duidelijk:


De noot start op het groene en stopt op het rode streepje (maar dijnt mss daarna nog uit!). In de praktijk volstaan de volgende 2 regels eigenlijk wel: Attack A bepaalt hoe snel de klank (of filter) "aanzwelt", en Release R bepaalt hoe lang de klank (of filter) "uitdijt", of blijft hangen nadat de noot is gestopt met spelen. Denk bij Attack aan een slepende viool, en bij Release aan de "ploink" van een gitaarsnaar.

De velocity van een gespeelde noot staat voor, zeg maar, de aanslagkracht waarmee je de pianotoets indrukt. Hoe harder de pianotoets ingedrukt, hoe meer velocity. (Je merkt het, voor dit hoofdstuk is de link met "echte" instrumenten erg handig) Met (5) kan je de velocity koppelen aan allerlei parameters van de voortgebrachte klank. Het intuïtiefst is natuurlijk: hoe meer velocity, hoe luider. Draai hiervoor de amp knop naar een positieve waarde, i.e. naar rechts. Merk op dat je door de knop naar links te draaien een negatieve koppeling van velocity aan het volume kan geven: hoe meer velocity, hoe stiller! En verder kan je natuurlijk ook allerlei andere parameters eraan verbinden zoals weer de cut-off frequentie...

Tenslotte vermeld ik nog even het pitch bend wiel (7), waarmee je manueel de toonhoogte kan omhoog of omlaag doen 'glijden'. Het bereik, uitgedrukt in halve noten, stel je in met range. Zeker mee experimenteren!


En ook dit nog:
* Niet vergeten: je kan niet enkel het wisselen van patterns automaten, maar dus ook elke slider en knop op je apparaten! Maak hier gebruik van, want het levert fantastische mogelijkheden. Om er maar eentje te noemen: in plaats van een fade-in door het volume op te drijven, waarom niet eens de lp-filter frequentie van je synth geleidelijk opdrijven?
* Portamento (6) zorgt voor een "vloeiende" overgang tussen opeenvolgende noten van verschillende toonhoogte. Hiermee kan je bijvoorbeeld een "sirene" effect maken.
* Niet dat je reeds geleerd hebt hoe meerdere noten tegelijk af te spelen maar toch: Polyphony staat voor "maximaal aantal tegelijk af te spelen noten met dit apparaat". Zet deze best op 1 voor baslijnen.
* Velocity is een erg belangrijk begrip in Reason: zowel de hoogte van de staafjes van matrix-noten, als de kleur(geel/oranje/rood) die je steps op de Redrum geeft, geven de velocity van die noot aan!
* Reason heeft nog een 2e synth: Malstrom. Ook hierop vind je al de besproken functies terug als je even zoekt. De LFO noemt hier "Mod A" en "Mod B", de golfprofielen van de oscillators worden met woorden (standaard "sine") aangeduid, elke oscillator gaat hier naar een aparte filter... Een goeie (Engelstalige) uitleg over hoe de Malström precies werkt, vind je hier.
* de KBD die je her en der kan aan- en afzetten staat voor "Keyboard Tracking", en controleert dit: "varieert de uitwerking van het effect naargelang de gespeelde noot"? Zet je deze bijvoorbeeld af bij de Subtractor oscillators, dan kan de subtractor slechts 1 noot afspelen! Zet je deze dan weer aan bij de filter (1), dan worden hoge noten minder gefilterd dan lage.

Zoiets zou je dus nu ongeveer zelf moeten kunnen: les4.rns (Reason 2.5 vereist) -> in dit lesbestand pruts ik één voor één met alle zaken die in les 4 staan vermeld. Geef je ogen en oren goed de kost!
Naar les 5: effecten


Als je deze web site leuk vindt, gelieve dan een berichtje na te laten in het Gastenboek.

Om mij persoonlijk te contacteren: stuur een e-mail naar wauter@reasontutorial.be. Ik hoor graag je verhaal/vraag!

Alles op deze web site is gemaakt door (en intellectuele eigendom van) Wauter. Het is illegaal om de inhoud van deze site te kopieren zonder toestemming van de auteur.